top of page
  • Jubilee Campaign

Beschuldigd van blasfemie en gemarteld door de politie


Pakistan - Imran Rehman is christen en recentelijk beschuldigd van het versturen van godslasterlijke teksten via WhatsApp. Hij werd gearresteerd door de Cyber ​​Crime Wingvan de Federal Investigation Agency (FIA), en zit nu al twee maanden in de cel. Na zijn arrestatie hebben de autoriteiten Imran zwaar gemarteld om een bekentenis los te krijgen.


Mentale druk

Voor de familie zijn de aanhouding en gevangenisstraf een enorm drama. Het kan nog jaren duren voordat de 32-jarige Imran zijn twee jonge dochters en zijn echtgenote Komal Mushtaq weer in de armen kan sluiten, ook als het de advocaten lukt om in de rechtbank aan te tonen dat hij onschuldig is. Er is echter een realistische kans dat Imran ter dood wordt veroordeeld. Veel rechters in Pakistan durven zich namelijk niet te verzetten tegen de op bloed beluste extremisten die ervan uitgaan dat alleen de aanklacht van blasfemie al voldoende is om iemand standrechtelijk te executeren.


Recentelijk mocht Imran´s moeder, Nagis Bibi, hem in de gevangenis in Lahore opzoeken. Wat ze daar aantrof was schokkend. Imran zat opgesloten in een kleine cel met zes andere gevangenen waarvan sommigen geestelijk gestoord. Vooral het feit dat hij niet meer naar de kerk kan en hem geen enkele mogelijkheid wordt gegund om met geloofsgenoten te praten, te bidden en de Bijbel te bestuderen, is voor Imran een zware beproeving. Door de volledige afsluiting van de buitenwereld is hij onder zware mentale druk komen te staat.


Sinds de arrestatie kan het vierjarige dochtertje van Imran en Komal niet meer naar school uit angst dat iemand haar iets aan zal doen. Komal vertelt: “Imran is de hoofdkostwinnaar. Nu hij niet meer kan werken, hebben we geen geld meer om eten te kopen. Mensen die beschuldigd worden van blasfemie zitten vaak jaren in de cel. Ik ben bang, word doorlopend bedreigd door mensen uit de buurt en heb geldzorgen. Alleen God weet hoe we uit deze situatie gered kunnen worden.”


Simkaart

Het komt vaak voor dat Pakistanen hun simkaart of mobiel uitlenen aan vrienden of familieleden. Voor iemand met kwade bedoelingen is het niet ingewikkeld om via WhatsApp of Facebook vanaf een mobieltje van een ander een bericht te versturen met blasfemische teksten.


Ook in Pakistan heeft de overheid in de afgelopen jaren geïnvesteerd in technologieën en algoritmes om berichten die via WhatsApp en andere sociale media worden verstuurd, te volgen en te analyseren. Het aantal aanklachten van blasfemie is hierdoor explosief gegroeid. Op het moment dat christenen via sociale media met elkaar communiceren, is er altijd de kans dat er teksten worden verstuurd die in de ogen van een extremistische moslim als blasfemisch geïnterpreteerd kunnen worden. Ook gebeurt het regelmatig dat ontvangen berichten worden gedeeld zonder dat de tekst zorgvuldig wordt gecontroleerd. Onbedoeld kunnen ze dan iets godslasterend doorsturen. Christenen in Pakistan leven hierdoor voortdurend in angst.


Verdachten worden tijdens het gerechtelijke onderzoek regelmatig gemarteld om een bekentenis af te dwingen. Het rechtssysteem in Pakistan is traag, waardoor de slachtoffers al enorm veel leed hebben ondergaan voordat de zaak uiteindelijk in de rechtbank voor mag komen. Het grootste probleem is echter dat er in de islamitische wereld geen objectieve definitie bestaat voor teksten die bestempeld kunnen worden als ‘blasfemie’. In de praktijk komt het er daarom op neer dat burgers en de overheid op basis van subjectieve referentiekaders en persoonlijke gevoelens mogen bepalen of iemand moet worden gearresteerd en de doodstraf verdient.


Onprofessioneel

Abdul Hameed Rana is de advocaat die zich beschikbaar heeft gesteld voor de verdediging van Imran Rehman. Hij heeft terecht opgemerkt dat de overheid de voorgeschreven procedures voor de aanhouding aantoonbaar heeft overtreden. Tijdens de arrestatie beschikten de handhavers bijvoorbeeld niet over een arrestatiebevel waarin precies beschreven stond waar Imran van beschuldigd werd.


Ook zijn er in deze zaak veel onduidelijkheden. In de FIR (First Information Report – Rapport van eerste aangifte), staat vermeld dat Imran blasfemie heeft gepleegd, maar de tekst van het godslasterende bericht en de details over hoe en wanneer de teksten zijn verstuurd ontbreken in het document. Voor de advocaat is het bijna onmogelijk om zich voor te bereiden in een zaak waarin onbekend is waar de verdachte eigenlijk van wordt beschuldigd.


Voor het team dat zich in Pakistan inzet voor Imran was het schokkend te vernemen dat hij door de politie was gemarteld. Het toont nogmaals aan dat we hier te maken hebben met een onprofessioneel en corrupt rechtssysteem. Eigenlijk zijn christenen in Pakistan nagenoeg rechteloos. Door de shariawet is het voor christenen die worden aangeklaagd voor blasfemie extra moeilijk om zich in de rechtbank effectief te verdedigen. Ook kun je als christen rekenen op discriminatie door politieagenten, rechters en advocaten.


Voice For Justice

Toch mogen we hoopvol zijn. Jubilee Campaign is dankbaar voor de steun die we ook vanuit Nederland kunnen bieden aan christenen zoals Imran Rehman en zijn gezin, die slachtoffer zijn geworden van extreme vervolging vanwege hun geloof. Door de jaren hebben we mogen zien dat we zeker niet hulpeloos aan de kant hoeven te staan. Gebed is een krachtig wapen, maar we willen ons ook in de praktijk inzetten in de strijd tegen dit onrecht.


Jubilee Campaign kiest ervoor om te steunen op gekwalificeerde partners die zich onverdeeld kunnen inzetten voor de slachtoffers waar we ons verantwoordelijk voor hebben gesteld.


Voice For Justice is in samenwerking met Jubilee Campaign door oprichter en voorzitter Joseph Jansen opgezet om de advocaten in Pakistan effectief aan te sturen. De organisatie houdt zich in Pakistan ook bezig met het opzetten van publieke campagnes om de misstanden tegen christenen en andere minderheden in de Pakistaanse politiek aan de kaak te stellen. We nodigen u graag uit om voor Joseph en zijn team te blijven bidden.

bottom of page