top of page
  • Foto van schrijverJubilee Campaign

Fins parlementslid vrijgesproken na proces wegens “haat zaaiende uitlatingen”



Finse parlementariër Päivi Räsänen


Finland - Het hof van beroep heeft in 2023 na een spraakmakend proces over vrijheid van meningsuiting unaniem alle aanklachten tegen de Finse parlementariër Päivi Räsänen nietig verklaard. De voormalige Finse minister van Binnenlandse Zaken werd driemaal strafrechtelijk vervolgd wegens het delen van haar op geloof gebaseerde overtuigingen, onder meer via Twitter/X. Naast de Finse politica moest ook de Lutherse bisschop Juhana Pohjola zich in de rechtbank verdedigen tegen dezelfde aanklacht.

 

Mijlpaal

Räsänen en Pohjola stonden beiden in de zomer van 2023 terecht wegens ‘haat zaaiende uitlatingen’, nadat ze publiekelijk hun christelijke overtuigingen hadden geuit. De overwinning is een belangrijke mijlpaal in de strijd voor het behoud van de vrijheid van meningsuiting en geloof in het vrije Westen.

 

De voormalige minister van Binnenlandse Zaken werd in 2021 op basis van een sectie van het Finse wetboek van strafrecht in het kader van ‘oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid’, formeel aangeklaagd wegens “opruiing tegen een minderheidsgroepering”. In 2019 had ze via Twitter/X haar christelijke overtuigingen over seksuele ethiek en het huwelijk gedeeld; een stelling die ze in 2004 in een door Bisschop Räsänen gepubliceerd kerkpamflet, en later ook in een radiodebat, publiekelijk had verdedigd. Aan de zaak werd in de media wereldwijd veel aandacht besteed en veel mensenrechtenexperts spraken hun bezorgdheid uit over de arbitraire inperking van de vrijheid van meningsuiting en geloof door een gepolariseerde, extreem linkse overheid in Finland.

 

“Ik ben diep opgelucht. De rechtbank heeft de beslissing van de districtsrechtbank, die ieders recht op vrijheid van meningsuiting erkende, volledig onderschreven en bevestigd”, zei Päivi Räsänen na haar overwinning. “Het is geen misdaad om een ​​Bijbelvers te delen via sociale media, of deel te nemen aan een publiek debat vanuit christelijke referentiekaders. De pogingen om mij te vervolgen vanwege mijn overtuigingen hebben voor mij persoonlijk geresulteerd in vier extreem moeilijke jaren, maar ik hoop dat het resultaat een belangrijk precedent zal vormen voor de bescherming van vrije meningsuiting, wat beschouwd dient te worden als een basaal mensenrecht en de basis van een democratische samenleving. Ik hoop oprecht dat andere onschuldige mensen dezelfde beproeving bespaard zullen blijven op het moment dat ze simpelweg hun overtuigingen uiten”, aldus de voormalige Finse minister van Binnenlandse Zaken en grootmoeder van elf kinderen.

 

Hoger beroep

In een unanieme uitspraak werd het eerdere besluit tot vrijspraak die in maart 2022 door een lagere rechtbank werd uitgesproken, nu ook in hoger beroep bevestigd. De rechtbank verwierp de argumenten van de openbare aanklager en oordeelde dat “er geen aanleiding is om, op basis van het tijdens de hoofdzitting ontvangen bewijsmateriaal, de zaak in enig opzicht anders te beoordelen dan in de vorige rechtszaak. Er is dan ook geen reden om het eerdere vonnis te wijzigen.”

 

Het Hof heeft de aanklager veroordeeld tot het betalen van tienduizenden euro’s aan juridische kosten om de kosten van beide verdachten te dekken. Het Openbaar Ministerie beschikt nu over een allerlaatste mogelijkheid om nogmaals in beroep te gaan. Men zal zich dan voor 15 januari 2024 met nieuwe argumenten en bewijzen moeten melden bij het Hooggerechtshof.

 

Het is duidelijk dat het bij de aanklacht om een bewuste politieke en ideologische aanval op godsdienstvrijheid ging. Zo werden tijdens het spraakmakende proces de belangrijkste christelijke leringen onder vuur genomen en werden Räsänen en bisschop Pohjola ondervraagd over hun persoonlijke geloofsovertuigingen. Bij aanvang van het hoger beroep proces stelde de Finse openbare aanklager Anu Mantila in haar openingsverklaring: “Je bent vrij om de Bijbel citeren, maar het is Räsänens interpretatie van de Bijbelverzen en haar persoonlijke mening die misdadig zijn”.

 

Ketterijproces

Tijdens het proces werd Räsänen doorlopend geconfronteerd met de vraag of ze de teksten die zij in haar kerkbrochure uit 2004 met de titel “Male & Female He Created Them” (Man en vrouw schiep Hij hen) had gepubliceerd, zou willen herzien. “Het uiteindelijke doel van de rechtszaak was duidelijk om Räsänen te dwingen om haar geloofsovertuigingen te herroepen. Tijdens het zware proces was haar antwoord echter steevast ‘nee’ - ze was niet bereid om de leringen van haar geloof te ontkennen. Het kruisverhoor leek sterk op een middeleeuws ‘ketterijproces’. Zo werd er bij voorbeeld doorlopend gesuggereerd dat Räsänen had ‘gelasterd’ tegen de dominante orthodoxie van onze tijd", zegt Paul Coleman, uitvoerend directeur van ADF International en juridisch adviseur van Räsänen. Coleman is tevens de auteur van het boek ‘Censored: How European Hate Speech Laws are Threatening Freedom of Speech’ (Gecensureerd: Hoe Europese wetten tegen haat zaaiende uitlatingen een bedreiging vormen tegen de vrijheid van meningsuiting).

 

Volgens de openbare aanklager is de intentie achter een godsdienstige uiting niet relevant. Räsänen had moeten weten dat bepaalde mensen haar woorden als aanstootgevend zouden kunnen ervaren. Ze had zich daarom moeten onthouden van het uiten van haar overtuigingen. De aanklager betoogde: “Het gaat er niet om of een uitspraak waar is of niet, maar om het feit dat het beledigend is.” In het vonnis in hoger beroep oordeelde het Hof echter dat het misdrijf “alleen strafbaar is als het opzettelijk wordt gepleegd.”

 

ADF International, die zich al heel lang bezighoudt met rechtszaken die te maken hebben met vrijheid van meningsuiting en geloof, heeft zich ook in dit proces verantwoordelijk gesteld voor de verdediging. Het belangrijkste argument wat de advocaten van de organisatie tijdens hun pleidooi in de rechtbank steeds poneerden, was dat er aan de internationale afspraken betreffende basale mensenrechten, waar ook de moderne Finse rechtsspraak op rust, niet getornd mag worden.

 

‘Zonde’

Een belangrijke pijler van de aanklacht tegen Räsänen was het feit dat ze in de sociale media de term ‘zonde’ had gebruikt. Volgens de aanklager was het gebruik van deze term een misdrijf omdat het ‘beledigend’ is en daarom als ‘onwettig’ beschouwd zou moeten worden. Het strafbaar stellen van het begrip ‘zonde’ zou echter automatisch betekenen dat ook de publicatie en het bezit van de Bijbel in Finland verboden zou moeten worden. Een dergelijke gerechtelijke uitspraak zou niet alleen ingrijpende gevolgen hebben voor christelijke gemeenschappen in Finland, maar ook andere godsdiensten zoals de islam en het Joodse geloof zouden hiermee de illegaliteit ingedreven worden omdat ook deze geloofsstromingen zich niet zullen laten dwingen tot de herformulering van hun heilige geschriften.

 

Het Hof van Beroep erkende dat “er geen reden is om de uiteindelijke uitkomst van het vonnis van de Districtsrechtbank te veranderen”, die eerder had erkend dat, hoewel sommigen misschien bezwaar maken tegen de uitspraken van Räsänen, “er een doorslaggevende sociale reden moet zijn voor het verstoren en beperken van de vrijheid van meningsuiting". De rechtbank concludeerde daarom definitief dat de aanklacht tegen Räsänen en Pohjola onrechtmatig was en stelde dat “het niet aan de rechtbank is om Bijbelse concepten te interpreteren”.

 

“Terwijl we deze monumentale overwinning vieren, gedenken we ook dat dit het eindpunt is van een lange strijd na vier jaar van politieonderzoeken, strafrechtelijke aanklachten, vervolgingen en hoorzittingen. Wij juichen de uitspraak van het Hof van Beroep van Helsinki in deze zaak toe. Wat ons betreft is de campagne voor vrijheid van meningsuiting en geloof niet afgelopen. We moeten ervoor zorgen dat er ook naar de toekomst toe geen ruimte is voor dergelijke belachelijke zaken. In een vrije en democratische samenleving moet iedereen de kans krijgen zijn overtuigingen te delen zonder angst voor censuur. Het criminaliseren van uitlatingen door middel van wetten tegen zogenaamde ‘haat zaaiende uitlatingen’ verlamt het publieke debat en vormt een ernstige bedreiging voor onze democratieën. We zijn opgelucht om te zien dat het recht heeft gezegevierd toen overheidsinstanties in Finland zich niet hielden aan internationale regels en de Finse grondwet in het bijzonder toen ze probeerden om uitlatingen die zij niet leuk vinden te bestraffen en te censureren”, aldus Coleman.

 

 

Bronnen:

コメント


bottom of page